Bijna terloops landschappelijk

By 12 september 2015 november 27th, 2016 Expositie

In Galerie het Gemaal worden de objecten en assemblages van Dries Reeder (1943) in samenhang getoond met de schilderijen van Gerard Galema (1952). Beide kunstenaars bedienen zich in hun werk van losse associaties en directe gevoelens, die het liefst zonder tussenkomst van de rede aan het doek of de ruimte worden toevertrouwd. Spontaniteit is bij allebei een belangrijke factor. Waar Galema duidelijk flirt met CoBrA-invloeden, leunt Reeder op het verbindend vermogen van voorwerpen die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben. Toch worden bij hem zuigers, drijfstangen en spruitstukken een onderdeel van een geheel nieuwe voorstelling. Deze zijn het meest geslaagd als ze loskomen van hun afkomst en gezamenlijk een nieuwe identiteit aannemen. De schilderijen van Gerard Galema hebben geen titels en kennen geen vaste voorstelling. Er is totale vrijheid, maar dat is iets anders dan vrijblijvendheid. Er zit een urgentie in zijn werk, die een grote toewijding verraadt. Hoewel de grote schildersgebaren en een gelaagde opbouw steeds aanwezig zijn, loopt het kleurenpalet bij de onderlinge werken sterk uiteen.

Galema’s abstract expressionistische doeken zijn enerzijds felgekleurd en bijna schreeuwerig van aard, door de aanwezigheid van niet te missen blauw, heel hard rood, een scherpe roze en een knallende geel. Ze hangen joelend aan de muur, maar het zijn de fluisterende werken die stilletjes de aandacht vragen en daardoor des te meer indruk maken. De kunstenaar heeft namelijk ook een ingetogen kant, zoals werken als ‘Nummer 2’ en ‘Nummer 4’ laten zien. De een lijkt een zwevende vorm in een zee van gevoeligheid en betreft een ijle voorstelling, met elementen van lucht en water. Het andere schilderij roept juist aardse associaties op, wat wordt versterkt door het zand dat aan de verf is toegevoegd. De voorstelling doet denken aan aardlagen die bloot komen te liggen bij opgravingen en combineert een gesuggereerd verleden met een mogelijkheden.

Het is mooi en mysterieus werk, net als ‘Nummer 5’, waarin dezelfde kwaliteiten van zwarte accenten worden voorzien, met hier en daar een witte toets en een eigenwijze blauwe streek. Daarop voortbordurend, lijkt het in ‘Nummer 10’ te gaan over zware modder, stugge klei of zompige veengrond. Die bewering is echter volledig op gevoel gebaseerd en betreft geen weten- schap, want Galema’s schilderijen zijn bijna terloops landschappelijk. Er is immers geen horizon die houvast geeft, en ook andere herkenbare elementen ontbreken. Het beeld dat wordt opgeroepen wordt bijna meteen weer gerelativeerd of zelfs ontkracht. Een dergelijk uitdagend dualisme is minder sterk aanwezig in de speelse assemblages van Dries Reeder. De kleine objecten in de galerie zijn aardig, maar de grotere stukken die buiten staan, ontstijgen dat niveau. Vooral het ‘Lichtbaken’ mag er zijn – een grote vorm van metaal, glas en stenen – dat geraffineerd is geplaatst aan de zuidoever van het Tjeukemeer, waaraan het Gemaal is gelegen. De wandel- en fietsroute die aangrenzend over de dijk loopt, brengt veel argeloze passanten ongemerkt in aanraking met de kunstactiviteiten van de galerie, dat tevens een Rijksmonument en een museum is. Galerie het Gemaal is namelijk gevestigd in het ketelhuis van Het Gemaal ‘Veenpolder van Echten’. Het gebouw bestaat uit de machinistenwoning, de pompruimte met de oorspronkelijke machinerie en het ketelhuis, waar voorheen de stookketel stond. In 2004/2005 zijn het gemaal gebouw en de directe omgeving geheel gerestaureerd en zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht. De galeriehouders, Jan Schoen en Gery Buwalda, willen in de toekomst het buitengebied nog meer bij het expositiebeleid betrekken. Het ‘Lichtbaken’ van Reeder laat alvast zien hoe wonderschoon dat kan uitpakken.
SUSAN VAN DEN BERG

 

Bron: Leeuwarder Courant